» Homepage
Margriet
de Graaf
Delfgauw
27 juli 1956
Groningen
Ja
3
Graaf, Margriet de

Vastbijten in het verhaal


‘Soms vind ik schrijven best moeilijk,’ bekent Margriet de Graaf. ‘Maar het is vooral erg leuk om te doen.’ In vijftien jaar schreef ze meer dan vijfendertig boeken. Ook werkte ze mee aan verhalenbundels.


Tekst: Leanne Monster


Hoe bent u met schrijven begonnen?
Als kind vond ik het erg leuk om een opstel te schrijven. Soms schreef ik gedichtjes. Mijn opa wilde altijd alles lezen en daarom bleef ik schrijven. Toen ik vijftien was, kwam een verhaal van mij in het blad De Jeugdlander. Dat was natuurlijk heel wat voor die leeftijd.


Toch wilde ik vooral kleuterjuf worden. Er was weinig werk toen ik klaar was met mijn opleiding. Daarom heb ik eerst in Duitsland in een kindertehuis en in Engeland in een kostschool gewerkt. Uiteindelijk kreeg ik toch een baan in het onderwijs.


Uw eerste boekje kwam uit in 1998. Kunt u vertellen hoe u dat schreef?
Vroeger stopte  je met werken als  je kinderen kreeg. Dat deed ik dus ook. Op een gegeven moment was Stefanie, ons jongste kind, twee jaar en ging ze naar de peuterspeelzaal. Het leek me een goed moment om mijn oude hobby weer op te pakken. Eerst deed ik een cursus: Schrijven voor de jeugd.


De opdracht voor de laatste les was het schrijven van een kinderboek. Dat werd uitgegeven. Natuurlijk wilde ik graag doorgaan met schrijven. Het leek me leuk om een boek te schrijven over de tijd dat ik in Engeland werkte. Ook dat werd uitgegeven en zo volgden er nog veel meer.


Werkt u ook nog naast het schrijven?
Ja, op de basisschool. Ik was altijd kleuterjuf, maar nu zochten ze een remedial teacher. Dat is iemand die kinderen met bijvoorbeeld  lees- of rekenproblemen helpt.


Hoe verzint u toch alle verhalen voor die boeken?
Ik schrijf vooral over dingen die ik tegenkom. Over ons eigen gezin bijvoorbeeld. Ik schreef een serie over een meisje (Kim) en dat is eigenlijk onze dochter. Of naar aanleiding van een krantenbericht, of een verhaal van een kind op school.


Waarom schrijft u vooral voor kleine(re) kinderen?
Daar zit ik het dichtste bij, denk ik. Vooral met het werk dat ik doe. Het ligt me het meest. Toch zie ik het wel als een uitdaging om ook voor oudere kinderen te schrijven. Misschien doe ik dat ooit nog wel. Dan moet ik wel een goed  idee en genoeg tijd hebben.


Wat vindt u leuk aan schrijven?
Er zit altijd iets ‘in’ je boek. Ik vind het ook fijn als er iets van het boek blijft hangen. Bijvoorbeeld dat je eerlijk moet zijn en dat liegen niet goed is. Met schrijven kun je waarden en normen doorgeven. Dat je best eens iets voor een ander kunt doen en elkaar kunt helpen.


Soms is er ruzie in mijn boek. Het is belangrijk om dat goed op te lossen. Ik schrijf graag over dagelijkse dingen die elk kind mee zou kunnen maken. Wat ook leuk is: sommige van mijn boeken hebben als strip in het Reformatorisch Dagblad gestaan.


Is schrijven ook weleens moeilijk?
Ja, soms wel. Vooral het doorzetten. Je moet echt je tanden in een verhaal zetten. Stel je voor: ik schrijf een boek en heb te weinig woorden. Dan moet ik toch ergens de rest vandaan halen. Ik heb in juni meegedaan aan een schrijfmarathon. Dan spreek je met andere schrijvers af dat je elke dag vijfhonderd tot duizend woorden schrijft. Dat houd je een maand lang vol. Als je een dag niet kunt schrijven, haal je dat een andere dag in. Als  ik met een boek bezig ben,  wil ik sowieso elke dag schrijven. Anders raak ik de draad kwijt.


Moet u een boek nog verbeteren als het klaar is?
Als je het verhaal hebt opgestuurd naar de uitgever, krijg je het altijd terug met veel op- en aanmerkingen. Je denkt dat het klaar is, maar je moet nog van alles veranderen. Bij de serie De Emeraldo’s hoorde ik bijvoorbeeld dat er nog een extra verhaallijn in moest komen. Je moet dan veel toevoegen en herschrijven. Dat is even slikken, maar de redacteur heeft wel gelijk en het boek wordt er alleen maar beter van.


Emerald is ook de naam van de wijk waarin u woont.
Dat klopt, deze wijk heet Emerald, maar de straatnamen in de boeken heb ik verzonnen. Ik schrijf graag over een plek die ik me kan voorstellen. De vijver in De Emeraldo’s, met een schelpenpad eromheen, bestaat ook echt. Het eerste deel, Strijd in de wijk,  gaat over een kunstwerk. In onze wijk stond ook een kunstwerk. Dat is helaas gestolen. In het boek heb ik het niet laten stelen, maar wel een nieuwe laten maken.


Heeft u nog wel tijd voor hobby’s naast het schrijven?
Ik houd heel erg van skiën. We zouden het liefst elk jaar gaan, maar dat kan niet altijd. We gaan dan met een groep mee in een bus. Daarnaast lees ik veel. Op school beheer ik ook de bibliotheek. In de kinderboekenmaand regel ik dat schrijvers op school komen vertellen. En ik vind het leuk om schrijfcursussen  te volgen. Daar leer ik altijd nog iets van.


Gaat u zelf ook naar scholen om over uw boeken te vertellen?
Als ik daar tijd voor heb en het niet te ver is. Natuurlijk vertel ik ook op mijn eigen school. De school heeft niet genoeg geld om elk jaar schrijvers uit te nodigen. Dus het ene jaar vertel ik meestal mijn verhaal in enkele klassen en het andere jaar nodigen we mensen uit.


Bent u de enige die het boek leest voor u het opstuurt?
Nee, hoor. Schrijven is eigenlijk maar eenzaam werk. Je zit in je eentje achter de computer te werken. Daarom heb ik veel contact met een andere schrijfster. We sturen elkaar onze verhalen toe en die lezen we dan door. We geven elkaar tips en commentaar. Op school geef ik weleens een verhaal aan een kind om te lezen. Of ik lees een manuscript voor in de klas. Dan kan ik precies zien wat de kinderen ervan vinden!

Boeken

Boeken staan alfabetisch gesorteerd op auteursnaam.