9789033129766

10 ‘Kom maar even mee naar binnen,’ zegt de man. ‘Jullie kunnen allebei wel een pleister en een glaasje water gebruiken. Dan kunnen jullie gelijk naar huis bellen, want met die fiets kom je niet ver meer.’ Verschrikt kijkt Sem naar de fiets. In het achterwiel zit een flinke slag en een trapper staat helemaal scheef.Hij kijkt Evi aan. Met een vreemde naar binnen ... Ze zijn er allebei voor gewaarschuwd, maar nu kan het wel. Toch? Evi knikt. De vader van Sem komt hen ophalen. Hij schudt zijn hoofd als hij de pleisters ziet en de koude, natte doek om de voet van Evi. ‘Hoe krijgen jullie het voor elkaar?’ bromt hij, maar Sem en Evi horen best dat hij niet echt boos is. ‘Waar is jouw fiets, Sem?’ ‘Weg,’ zegt Sem. ‘Hoe bedoel je ‘weg’?’ ‘Ik denk gestolen, pap,’ zegt hij zacht. ‘Ah, vandaar het gevaarlijke gedoe op één fiets,’ begrijpt papa. ‘Hebben jullie goed gekeken of de fiets er echt niet stond?’ Ze knikken. ‘We hebben overal gekeken,’ zegt Evi. ‘Sem had zijn fiets aan het rek vastgemaakt. Met een ket- tingslot. Die verplaats je niet zomaar. Hij moet wel gestolen zijn.’ Papa knielt bij Evi neer en haalt de doek van haar voet. ‘Doet dit zeer? En dat? Beweeg eens?’ ‘Niet gebroken, maar gekneusd,’ zegt hij dan. ‘Goed koelen en dan een stevig verband erom. Over een paar dagen is vast weer over.’

RkJQdWJsaXNoZXIy