9789033130427

13 samen. ‘Captain.’ Maarten kijkt hem vreemd aan. ‘Die bruine vlek om zijn oog doet me een beetje aan een piraat denken, maar hij doet zo stoer, dan zou het wel de kapitein moe- ten zijn. Er is vast wel een Amerikaanse soldaat die ook wordt aangesproken met Captain , daarom zou ik hem zo noemen.’ Maarten lacht. ‘Prima, ik zal aan mijn vader doorgeven dat een van de biggen al een naam heeft.’ Het is al tegen etenstijd als hij eindelijk thuiskomt. Moeder is bij het aanrecht in de weer. Ze kijkt op als hij binnenkomt. ‘Ah, ben je daar eindelijk?Wat heb je allemaal gedaan?’ ‘Ik ben bij Maarten geweest.’ Moet hij iets zeggen van de big- getjes? Hij besluit om het nog niet te doen. Hoe minder mensen ervan weten, hoe beter het is. ‘Wat leuk. Maar je bent wel laat.’ Moeder laat een aardappel in de pan zakken. ‘Klopt. Ik liep in het dorp en er was een huiszoeking.’ ‘Waar?’Vaders stem klinkt geschrokken uit de kamer. ‘In de Hoofdstraat.’ Vader komt de keuken in gelopen. ‘Heb je gezien wie het waren?’ ‘Een vrouw en een paar kinderen. Ik kende ze niet. Schoften zijn het, die Duitsers. Die ene soldaat sloeg die vrouw midden in haar gezicht en daarna moesten de kinderen allemaal papieren van de straat oprapen, terwijl een andere soldaat weer nieuw papier neergooide. Ik zou ze wel...’ Vader schudt zijn hoofd. ‘Kijk uit met wat je zegt.’ Hij legt zijn hand op Jefs schouder. ‘Ik begrijp je echt wel. Soms voel ik me ook zo, maar uiteindelijk los je er toch niets mee op.’ ‘Maar waarom gebeurde het dan?’ Jef voelt zijn boosheid over- gaan in verdriet. Hij is het fijne van op de boerderij haast ver- geten. ‘Het is toch niet eerlijk? Die mensen hebben toch niets verkeerds gedaan?’ Vader drukt hem tegen zich aan. ‘Ik weet het ook niet.’ ‘Maarten denkt dat de vader van die kinderen is ondergedoken,

RkJQdWJsaXNoZXIy OTA4OQ==