9789033129766

7 Hoofdstuk 1 ‘Waar is mijn fiets?’ Zoekend kijkt Sem om zich heen. ‘Wat zeg je?’ Evi graait in haar zwemtas. Ze pakt haar handdoek. Lang haar is lastig om goed af te drogen. Ze vouwt de handdoek om haar rode krullen. Haar schou- ders zijn al helemaal nat. Dat komt door Sem. Die stond voor de kleedkamer en riep steeds: ‘Opschieten! Ik ben al lang klaar!’ ‘Mijn fiets!’ Sem staat ineens naast haar. ‘Die stond toch dáár?’ ‘Hmm, kan wel. Ik heb er niet zo goed op gelet.’ Evi wrijft met de handdoek over haar haar. ‘Stop daar nou mee,’ zegt Sem ongeduldig. ‘Help me liever met zoeken.’ ‘Het drupte nog!’ zegt Evi. Jóngens! Ze snappen ook niets. Toch doet ze de handdoek af en voelt aan haar haar. Nu drupt het in elk geval niet meer. Ze propt de handdoek in haar tas. Ze denkt hardop na. ‘Toen ik mijn fiets op slot zette, stond jij daar. In die hoek van het fietsenhok.’ ‘Ja, dat weet ik,’ zegt Sem ongeduldig. ‘Maar nu is mijn fiets weg.’ ‘Heb je hem wel op slot gezet?’ Sem laat het sleuteltje zien dat hij in zijn hand heeft.

RkJQdWJsaXNoZXIy